Wat is zintuiglijke prikkelverwerking?

Wellicht zijn het niet direct dingen waar jij je mee bezig houdt: zintuiglijke prikkelverwerking. Het is iets wat automatisch gaat, waar je niet bij nadenkt, maar als het niet helemaal op de juiste manier verloopt kan het flink wat problemen opleveren. Persoonlijk vind ik dat er te weinig aandacht is voor de (dagelijkse) problemen waarin kinderen terecht kunnen komen als de prikkelverwerking niet helemaal juist verloopt. In dit artikel krijg je dus antwoord op de vraag: Wat is zintuiglijke prikkelverwerking? Maar ook vertel ik welke problemen het kan opleveren, thuis en op school. En natuurlijk krijg je tips, want hoe ga je er mee om? Alles in Jip en Janneke taal, dat is wel zo prettig. 😉

Wat zijn zintuiglijke prikkels?

Prikkels zijn er altijd en ze zijn overal. Ieder mens heeft er mee te maken. De hele dag door voelen, proeven, zien, ruiken en horen we dingen om ons heen. Zintuiglijke prikkelverwerking wordt ook wel sensorische integratie of sensorische informatieverwerking genoemd. (Afgekort SI) Het is de manier waarop ons zenuwstelsel informatie ontvangt van onze zintuigen. Deze informatie verwerken we in onze hersenen. En daarop reageren we met een gepaste reactie.

Je kunt je voor stellen dat als dit proces anders verloopt, dus als er problemen zijn met het verwerken van deze prikkels, dat er allerlei verschillende problemen ontstaan. Je merkt dat namelijk aan het gedrag van het kind. Zo kan een kind hartstikke druk zijn. Of juist niet reageren als je hem roept. Een kind krijgt makkelijk een stempel: “Lui/vervelend/niet gemotiveerd” en ga zo maar door. Een probleem met de prikkelverwerking wordt vaak niet herkend maar kan een kind op elk gebied beïnvloeden.

Een ergotherapeut kan onderzoek doen naar de zintuiglijke prikkelverwerking. Je kunt navragen bij je zorgverzekering of een consult van een ergotherapeut vergoed wordt. Onze zorgverzekering (CZ) vergoed ergotherapeutische behandeling momenteel voor maximaal 10 uur per jaar. Een onderzoek naar de zintuiglijke prikkelverwerking kost slechts een paar uurtjes en geeft je ontzettend veel informatie waarmee je verder kunt. Vooral voor je kind is het ontzettend waardevol: de omgeving weet nu op welk gebied het kind problemen heeft en kan daarin ondersteunen.

Wil je weten waar een ergotherapeut bij jou in de buurt een praktijk heeft? Google dan even op “ergotherapeut+je woonplaats”.

Welke soorten prikkels zijn er?

In het dagelijks leven zijn er vele prikkels die jij binnenkrijgt, registreert, verwerkt en waar jij op reageert. De prikkels hebben allemaal een mate van belangrijkheid. We zetten ze op een rijtje.

  • Een prikkel met een laag waarschuwend vermogen merk je amper op. Hij is er, maar je doet er weinig mee en hij valt je in feite niet echt op. Hij is niet belangrijk en je voelt geen gevaar. Denk aan een radio die je op de achtergrond hebt aanstaan. Of mensen die in een wachtkamer met elkaar kletsen.
  • Een prikkel met een gemiddeld waarschuwend vermogen is een prikkel die je wel opmerkt. Je reageert op deze prikkel. Denk aan een deurbel die gaat, een telefoon die overgaat of de oven die klaar is en een piepje laat horen.
  • Een prikkel met een hoog waarschuwend vermogen betekent dat er gevaar dreigt. Alles staat op scherp en je wil jezelf redden. Je lichaam verstart, je gaat op de vlucht of je gaat het gevecht aan. Denk aan een levensbedreigende situatie zoals een ontploffing, een orkaan of een tsunami. Maar ook het afgaan van een alarm zou ervoor moeten zorgen dat je alert bent en gevaar voelt zodat je daar op de juiste manier op kunt reageren

Welke zintuiglijke prikkels zijn er?

Elke prikkel heeft dus een mate van belangrijkheid. Maar hoe komen die prikkels nou eigenlijk bij ons binnen? Er zijn een aantal zintuigen die we onderscheiden:

  • Zien (visuele prikkels)
  • Horen (auditieve prikkels)
  • Voelen (Tactiele prikkels)
  • Proeven
  • Ruiken

Ook zijn er nog de verborgen zintuigen:

  • Proprioceptieve systeem (zelfwaarneming en eigen lichaamsbesef)
  • Vestibulair systeem (Evenwichtsorgaan. Verzamelt informatie over beweging en balans.)

Wat als de zintuiglijke prikkelverwerking niet goed verloopt?

De zintuiglijke prikkelverwerking kan op verschillende gebieden anders verlopen.

  • Je kunt modulatieproblemen hebben. Dit is het proces waarbij de hersenen iets met de informatie van buitenaf doen. Een prikkel kan sterk binnenkomen waardoor je heftig reageert. Of juist minder goed waardoor je slechter reageert. Denk aan het labeltje in je kleding: de ene persoon kan er helemaal gek van worden en knipt ze uit de kleding, de ander lijkt het labeltje niet eens waar te nemen.
  • Je kunt sensomotorische problemen hebben. Dit betekent dat je moeite hebt om bewegingen goed te organiseren, te plannen en uit te voeren. Je botst bijvoorbeeld tegen een fiets aan terwijl je weet dat hij er staat. Het is voor deze kinderen erg lastig om informatie die je binnenkrijgt via de ogen (waar staat die fiets?) te koppelen aan de informatie van het evenwichtsorgaan. (Hoe bevind ik mij in de ruimte?)
  • Je kunt discriminatieproblemen hebben. Dit betekent dat je de verschillende prikkels die binnen komen moeilijk van elkaar kunt onderscheiden. Alles komt even hard binnen en het is lastig om de meest belangrijke prikkel eruit te filteren. Stel dat je tv aan het kijken bent en iemand roept je. Normaal gesproken zou die stem boven alles moeten uitkomen omdat deze belangrijker is op dat moment dan de tv. Een kind met discriminatieproblemen hoort de stem even hard en kan deze er dus niet uit filteren. Het is geen kwestie van niet luisteren en iets aan je oren hebben. Het is een kwestie van de verschillende prikkels niet kunnen onderscheiden.
Leerprobleem
Als er problemen zijn met de prikkelverwerking kun je problemen krijgen met leren op school.

Stadia van alertheid

Je weet nu dus wat zintuiglijke prikkelverwerking is en hoe deze informatie verwerkt wordt. Het is duidelijk dat er problemen kunnen ontstaan als prikkels niet op de juiste manier verwerkt worden. Zo kan het zijn dat je prikkels niet goed registreert (onder-registreren) of juist teveel registreert. (over-registreren) Ik leg het je uit aan de hand van onderstaand schema. Er zijn namelijk verschillende stadia van alertheid waar elk mens mee te maken heeft.

  1. Slapen.
  2. Wakker – ongericht – Passief/actief. De ogen zijn open, maar de persoon is niet actief.
  3. Wakker – gericht actief. Je reageert goed op prikkels. Dit is optimaal om te leren en beleven. ( <– Dit willen we hebben!!! )
  4. Wakker – gespannen – Actief/Passief. Je bent wakker, maar gespannen, dus reageert niet optimaal.
  5. Huilen/gillen. Je bent zo gespannen dat je vlucht, vecht of bevriest om te overleven.

Het meest ideale is dus als een persoon in stadium 3 zit.

Als iemand prikkels onder-registreert zal hij of zij in stadium 2 zitten en heeft hij of zij dus meer prikkels nodig om in stadium 3 te komen en optimaal te presteren.
Als iemand prikkels over-registreert zal hij of zij in stadium 4 zitten en dan heeft hij of zij het dus nodig om prikkels weg te halen om in stadium 3 te komen en optimaal te presteren.

Hoe merk je dat je kind problemen heeft met de prikkelverwerking?

Vaak hebben kinderen met autisme of ADHD in meer of mindere mate problemen met de prikkelverwerking. Ook kinderen die geboren zijn voor de 37e week (prematuren) kunnen problemen hebben met de prikkelverwerking. Heeft je kind geen officiële diagnose? Ook dan kun je merken aan het gedrag van je kind of er prikkelverwerkingsproblemen zijn. Enkele voorbeelden:

Je kind presteert niet goed op school, tijdens zwemles of andere klassikale gelegenheden/clubjes. Ook thuis merk je dingen aan je kind. Enkele opmerkingen/bevindingen kunnen zijn:

  • Hij kan het wel, maar doet het niet.
  • Hij is snel afgeleid/ let niet op.
  • Alles is interessant behalve datgene waar hij mee bezig moet zijn.
  • Hij blijft wiebelen en friemelen/kan niet stil blijven zitten/is altijd in beweging.
  • Hij onderbreekt je tijdens een gesprek/kan niet wachten op zijn beurt.
  • Je kind hangt in een onmogelijke positie op de bank tijdens tv kijken.
  • Je kind kan buitengesloten/gepest worden.
  • Hij is lomp/onhandig. Botst vaak ergens tegenaan.
  • Hij raakt anderen veel aan of wil aanrakingen juist vermijden.
  • Als je gaat knutselen of bakken (vingerverf, plakken, pepernoten bakken, brood bakken enz. ) wil het kind geen vieze vingers krijgen of heb je een kind wat juist zijn hele armen vol smeert met (bijvoorbeeld) vingerverf.
  • Hij heeft moeite met nieuwe omgevingen/situaties/drukte (dierentuin, speeltuin, pretpark, nieuw klaslokaal aan het begin van het schooljaar)
  • Is ruw met sport en spel of vermijd sport en spel het liefst.

Merk je iets aan je kind of krijg je van school/andere ouders dergelijke opmerkingen? Dan is het aan te raden om door een ergotherapeut een onderzoek te laten doen naar de zintuiglijke prikkelverwerking. Deze kan in een rapport aangeven of er sprake is van zintuiglijke prikkelverwerkingsproblematiek en op welke zintuigen een kind dan onderregistreert of overregistreert.

Tips en tricks

Het is erg belangrijk dat jij, als ouder/verzorger zijnde, precies weet hoe je kind de prikkels registreert. Je kunt je kind dan goed ondersteunen en op de juiste manier met school overleggen om ervoor te zorgen dat je kind optimaal presteert op school. Wat je nooit moet vergeten:

Hoe een kind prikkels registreert en verwerkt
zal niet veranderen naarmate hij of zij ouder wordt.

Hij/zij zal dus altijd onder-registreren of over-registreren. Wat wel veranderd is de omgeving en de mensen die met het kind te maken hebben. Je kind krijgt namelijk steeds te maken met andere klaslokalen, andere leraren, nieuwe vriendjes/vriendinnetjes en hun ouders en ga zo maar door. Het is belangrijk dat de personen die veel met je kind omgaan weten van de problemen waar je kind tegenaan loopt. Zorg dat er begrip is voor je kind. Anders zal het gedrag ervoor zorgen dat het kind gezien wordt als lastig/vervelend/druk/ongehoorzaam/enz. Naarmate je kind ouder wordt kan het zelf meer inzicht krijgen in wat er ‘anders’ werkt in zijn of haar hoofd en daar naar leren handelen.

Een ergotherapeut kan gericht advies geven aan ouders, maar ook aan leerkrachten. Hoe kunnen we er samen voor zorgen dat dit kind optimaal presteert? Welke hulpmiddelen zijn bijvoorbeeld nodig? Kneedgum, wiebelkussens en hoofdtelefoons worden vaak in klaslokalen ingezet om het kind alerter te houden. Maar ook een drukvest en meer beweging kunnen ervoor zorgen dat een kind ‘bij de les’ blijft.

Elk kind is uniek en er is geen standaard aanpak. Het is dus vaak een kwestie van uitproberen wat werkt en wat niet.

Heb je aan bovenstaand verhaal nog iets toe te voegen of zijn er vragen ontstaan? Dan lees ik dat graag in de reacties hier beneden.

Graag wil ik ergotherapeute Karin Hilkens van Ergotherapie Midden-Limburg bedanken voor haar hulp met het samenstellen van dit artikel.


Facebook
Facebook
Instagram
EMAIL
YOUTUBE
YOUTUBE
PINTEREST

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.